* Home     * Info     * Archieven     * Gastenboek     * Contact



Mijn laatste levenswerk

* Opmaak
     Mondol Op'thom
     De school
     Beslommeringen
     Foto's
     Kleng Leu dorp

* Meer
     Nieuwsbrief Reukers
     Columns
     Dagboek over 2005

* Links
     Over Cambodja
     Mijn Volkkrantblog
     www Mondol Op'thom
     Nieuws uit Cambodja
     Vereniging Kleng Leu
     Hier woon ik
     Wim de Bie
     Abdel Kader Benali
     Hanneke Groenteman
     Frans Muthert
     Jan Marijnissen





PhnomPenh.jpg

Phnom Penh mag dan geen wereldstad heten, er wonen meer mensen dan in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht samen. 

Ik vind Phnom Penh een inspirerende stad. Het heeft een beetje van Bangkok, Hanoi en Djakarta en de zon schijnt er altijd, ook als het aan de kust –waar ik woon, 200 kilometer westelijk- al dagenlang regent.

Met uitzicht op het koninklijk paleis en het nationaal museum, op het terras van mijn favoriete guesthouse, sla ik vaak aan het denken en schrijven. Bijvoorbeeld over het land en het leven hier.

Over 2005 bedroeg de economische groei van Cambodja 13,5 procent. Toerisme, de kledingindustrie en de bouw dragen daar voor 90 procent aan bij. Volgens de regering Hun Sen is het werkloosheidscijfer nog geen 5 procent, maar dat is een leugen zeggen de vakbonden en de ILO, zij houden het op een ruime 50 procent. Voor wie zijn ogen de kost geeft en hier al wat langer rondloopt is dat laatste cijfer dichter bij de waarheid. Ik heb sterk de indruk dat deze regering er alles aan gelegen is om de cijfers te manipuleren om zodoende geldleningen en hulpprogramma’s veilig te stellen. Sinds kort worden die leningen geoormerkt omdat de ervaring leert dat veel van het kapitaal in het zwarte gat van de corruptie verdwijnt.

Cambodja is van oudsher een landbouw- en visserijland. Toch maakt het oorspronkelijke nationale product nog geen 5 procent uit van de groei. Omdat de winst op rijst, soja, vis, fruit, hout, palmolie en rubber in de zakken van functionarissen verdwijnt.

Om het werkloosheidscijfer te flatteren deelt het leger baantjes uit en stukjes land. (Lees mijn column ‘Landjepik’.) De soldij van gemiddels 30 dollar is te weinig om van te leven, dus staan de kazernes leeg en zijn soldaten arme grondspeculantjes. Wie het tot kapitein heeft geschopt of wie ergens familie of vrienden heeft in regeringskringen heeft geluk, hij krijgt de beste stukken land, land dat heden ten dage niet zelden in 6 maanden tijd in waarde vervijfvoudigt. En wat doet de luitenant-kolonel? Hij koopt een nieuw stuk grond en gaat zonder rijbewijs in zijn gloednieuwe Lexus 470 en met de nieuwste Nokia aan zijn oor, flanneren over Monivon Boulevard in Phnom Penh. (mei 2006)

Landepik.jpg

Een veelgehoorde dooddoener aan de borreltafel in Nederland luidt: Wat zou jíj doen als je in zijn schoenen stond? Dit retorisch gezegde heb ik altijd ver van mij geworpen omdat het gewetenloos gedrag billijkt en omdat degene die het zegt toegeeft geen haar beter te zijn.

Nadat de Amerikanen in Vietnam hun gang naar Canossa hadden gelopen en ze geen zin hadden in een herhaling in Cambodja, kon de Khmer Rouge onder Pol Pot ongehinderd bijna 3 miljoen landgenoten vermoorden en uithongeren. Na de nachtmerrie die 6 jaar duurde bleef het volk berooid en stuurloos achter.

Het bruikbare land -voorzover het niet bezaaid lag met landmijnen- werd verdeeld onder de bevolking, volgens het principe 'ik een beetje meer dan jij.'
En dat ‘verdelen’ gaat tot op de dag van vandaag door. Nu zijn het de militairen die hun inkomen en status uitdrukken in vierkante meters land. Een soldaat ontvangt een minimale wedde van ruwweg 30 dollar per maand. Maar iedere beroeps ontvangt daarnaast een stukje land waarmee hij kan speculeren. Meester Tun Sun bijvoorbeeld. Via een vriend die in het leger is kreeg hij als tolk een baantje, een AK47, pistool, munitie, een mobilofoon, twee uniformen én een lapje grond van 2 are.

‘Het strand is van iedereen’, staat in de wet. Toch heeft Sokha Resort het mooiste stuk palmenstrand van Sihanoukville genaast. Maar ja, de eigenaar van de luxueuse resorts is de tevens eigenaar van de Sokimex Petroleum Maatschappij én een persoonlijke vriend van Hun Sen (de minister-president).
Met lede ogen zie ik nu dat het nog rustige Otrés Beach (3 kilometer maagdelijk strand) wordt ingepalmd door het leger. Overal worden haastig hutten uit de grond gestampt en het wemelt er van de militaire petten. Uniformen lantefanteren (het leger kan nog geen deuk in een pakje cocosboter slaan) langs mijn ooit zo rustieke stukje strand en vanuit een aircondition Toyota Landcruiser controleert de besterde commandant -die blijkbaar al met succes heeft gespeculeerd, het slagveld.

Hun Sen is de leider van de CPP (Cambodian Peoples Party) en beslist geen vriend van iedereen. De armoede in Cambodja is voor een groot deel te wijten aan diefstal, illegale houtkap, steekpenningen en corruptie. En dat beseft het volk.
Desondanks is de CPP tot op de dag van vandaag de grootste partij. Maar als ik met Cambodjanen daarover in discussie ga, zie je aan hun gezicht dat ze denken: Wat zou jij doen als je in hun schoenen stond? (maart 2006)


dreigendebui.jpg

Afgelopen nacht brak het onweer los. Net als de dagen ervoor regende het hard. Is dat erg? Nee. De rijstboertjes wrijven zich in de handen, de toeristen verbazen zich, het stof spoelt van de weg en de drinkwaterput vult zich. Maar normaal is het niet. Al sinds mensenheugenis vangt het regenseizoen in april aan en in november zetten de boeren er hun horloge op gelijk -als ze er één hebben- als het droog wordt. De betrouwbaarheid en regelmaat van de natuurlijke cyclus lijkt nu gedaan. De laatste moeson duurde tot eind december, en sindsdien vallen er nog regelmatig buien -dit ook tot verbazing van de Khmer.
Nog nooit hielden cyclonen zó huis in Azië als het afgelopen jaar. Overstromingen zoals nu weer op de Philippijnen kosten vele mensenlevens. Westerse deskundigen verwijzen bij de oorzaak van verwoestende modderstromen naar de illegale houtkap. Maar wie kopen al dat teak uit de Philippijnse bossen? Hoe hypocriet is de kritiek vanuit de leunstoel in het rijke Westen. De grootste veroorzaker van 'global warming' is datzelfde rijke Westen; de Bush-clan die nog steeds weigert het Rio- en Kyotoverdrag te ondertekenen. Het rijke Westen dat ongestraft doorgaat met het opstoken van de fossiele brandstoffen, waardoor onze atmosfeer onafwendbaar wordt verziekt. Ongestraft? Neehoor. Vraag dát maar aan de inwoners van New Orleans. (februari 2006)

Lexus470.jpg

Het gaat goed met Cambodja, moet de toerist denken die de afgelopen paar dagen één van de volle stranden van Sihanouk Ville bezocht. Het was Chinees Nieuwjaar. De banken in de steden waren gesloten,de vissersvloot lag binnen en de scholen hadden vier dagen vrijaf.

Laat er geen misverstand over bestaan, 90 procent van de Cambodjanen is arm. Maar dit weekend reden er hier meer auto’s rond dan ooit, en dan is het nog niet eens Khmer nieuwjaar. 95 % van de auto's in dit land zijn Toyota Camry’s, in leeftijd variërend van een tot dertig jaar. De elite rijdt in een Landcruiser, Lexus of Mercedes 600 van pak ‘m beet 200.000 dollar. Ambtenaren met een salaris van 300 dollar per maand rijden erin. Je hoeft niet te vragen hoe zij aan zo’n wagen komen, corruptie is in Cambodja volkssport nummer één.

Maar dat het hier economisch bergopwaarts gaat staat buiten kijf. Omdat arbeid in dit deel van de wereld maar ééndertigste bedraagt van de lonen in het Westen, verplaatsen meer en meer arbeidsintensieve bedrijven zich naar het Verre Oosten, óók naar Cambodja. Rond Phnom Penh rijzen de bedrijven als paddestoelen uit de grond. Maar Nederlandse banken en bedrijven zie je hier (nog) niet. De VOC-handelsgeest van weleer heeft plaats gemaakt voor een spreekwoordelijke koudwatervrees, een angst die vleesgeworden is onder de kabinetten Balkenende.

De groeicijfers van China en Zuidoost Azië worden met angst en beven gevolgd door het Westen en economen van links tot rechts waarschuwen al voor een kantelende wereldorde. Over een paar decennia zal dit deel van de wereld de dienst gaan uitmaken en zal bijvoorbeeld Nederland aan de bedelstaf raken.

Intussen raken de straten in Phnom Penh verstopt. Openbaar vervoer is er niet en de volgende trein vertrekt overmorgen... misschien. Er zal nog veel water door de Mekong moeten stromen voor de infrastuctuur op orde is. Geduld is een schone en Boeddhistische zaak.

Cambodjanen springen heel efficiënt om met hun lichaamsenergie. Zij zullen geen stap teveel zetten, fietsen is voor de armen (én een enkele Hollandse toerist) maar als ze krom moeten liggen voor een derdehands Camry zullen ze dat niet nalaten. Het ene gat vullen met het andere is volkssport nummer twee: lenen, lenen, betalen, betalen. Niet zelden eindigend in een mislukkig, torenhoge schulden en zelfmoord.

Zo zie je dus vandaag langs de stranden auto’s vast in het rulle zand, want rijden zal ik. Zomaar wat toeren, met een slakkengangetje rondjes rijden is volkssport nummer drie. Dikwijls met een mobieltje aan het oor. Het stuur zit meestal aan de verkeerde kant omdat de tweedehands Camry’s vaak uit Thailand zijn geïmporteerd en het rijbewijs krijg je bij wijze van spreken bij een zak rijst cadeau. Gevaarlijk? Neehoor. Ik ken geen beleefder weggebruiker dan de Khmer. Verkeersregels zijn er niet maar met een klein beetje geduld kom je heel ver.
Daar kunnen ze in Nederland nog van leren. (januari 2006)





De auteur is aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inhoud van zijn of haar eigen weblog. neem een gratis weblog op 20six.nl!